de Borana

De Borana is een nomadenvolk van zo’n 4 miljoen mensen dat vanaf de 16e eeuw vanuit Ethiopië is gaan rondtrekken, vooral richting Somalië en Kenia. Tussen de circa 40 stammen in Kenia zijn de Borana met hun naar schatting 150.000 mensen een kleine groep. De grootste stammen zijn de 8 miljoen tellende Kikuyu en de 5 miljoen Masai. Beleidsmensen en beslissers op alle niveaus zijn vaak lid van deze grote stammen. Dat maakt de Borana een bijna onzichtbaar volk.

De Borana, ze spreken een dialectvorm van de Oromotaal, staan bekend als trotse nomaden. Rondtrekken doen echter vooral de mannen met hun vee, terwijl vrouwen en kinderen op het veelal gortdroge land werken en het huishouden doen. Sommige vrouwen zijn specialist in het bouwen van draagbare hutten van gedroogd stro. De mannen trekken er gemiddeld vier keer per jaar op uit en blijven dan maanden weg. Vinden ze geen water of groen land, dan trekken ze door, waardoor ze soms meer dan een jaar van huis zijn. De gezinnen zijn meestal groot, en vaak leven ze samen in grotere hutten. Polygamie komt veel voor. Krachtige campagnes tegen meisjesbesnijdenis beginnen langzaamaan hun vruchten af te werpen. De koning der Borana is Guyyoo, die sinds 2009 in Ethiopië woont. Als leider van een trots volk wil hij zijn nomadenvolk beschermen.

Het Borana-leven is niet eenvoudig. Droogte, hitte, verwoestijning en  waterschaarste maken zowel de veehouderij als de landbouw erg moeilijk. Armoede en honger zijn dagelijks aan de orde. Door het geregeld opduikende geweld tussen rivaliserende stammen is het gebied soms onveilig. Het analfabetisme onder de Borana-vrouwen ligt op ongeveer 80%.

De overheid heeft een speciaal ministerie voor Noordoost Kenia, maar er is weinig aandacht voor het gebied. Cordaid is een van de weinige organisaties die zich in het gebied begeeft en steun biedt in de vorm van water- en voedselprojecten. De moeilijke omstandigheden overtuigen steeds meer Borana-ouders van het belang van onderwijs, juist voor hun dochters. Als die naar school gaan, kunnen ze geld in het laatje brengen voor het gezin en bijdragen aan de gemeenschap, bijvoorbeeld door voedsel- en waterprojecten te steunen. Zo bouwen ze aan een betere toekomst, voor henzelf en hun volk.